De voormalige Renault-fabriek in Vilvoorde behoort tot de meest iconische industriële relicten van België. De site maakt deel uit van een 150 meter brede strook tussen het viaduct van Vilvoorde en het stadscentrum enerzijds, en de Schaarbeeklei en de spoorlijn anderzijds. Dit historische industriegebied werd aangeduid als hefboomsite voor ingrijpende transformatie tot een dynamische stedelijke omgeving met een mix van logistiek, werken, recreatie en publieke functies.
Onder begeleiding van Team Vlaams Bouwmeester en in opdracht van Stad Vilvoorde ontwikkelde het ontwerpteam GAFPA, RE-ST, Kollektif en Suunta een geïntegreerde visie waarin stedenbouw, mobiliteit, landschap, publieke ruimte en architectuur samenkomen in een beeldkwaliteitsplan.
Het landschap vormt daarbij de drager van het ontwerp als motor voor klimaatadaptatie. De bestaande fabrieksstructuren worden gelezen als “intelligente ruïnes” die nieuwe stedelijke mogelijkheden creëren en tegelijk de iconische identiteit van de site bewaren.
Om de organisch dichtgeslibde site opnieuw te verbinden met het omliggende stedelijke weefsel introduceert het masterplan het bouwblok als structurerend principe. Tussen deze bouwblokken ontstaan royale groene parkruimtes die nieuwe zichtassen openen vanuit de dwarsstraten richting de Schaarbeeklei. De voormalige Renault-fabriek wordt opnieuw ingebed in haar omgeving door de bestaande kroonlijst als referentie te nemen. Haar kenmerkende structuur — een betonnen tafel met daarop een lichte staalconstructie — vormt de basis voor een horizontale tweedeling die doorheen de hele ontwikkeling wordt doorgetrokken. Ook de markante overbrugging van de Broekstraat blijft behouden en krijgt een nieuwe betekenis als monumentale stadspoort.
De stedenbouwkundige visie is bovenal een oefening in ruimte maken: ruimte voor water en klimaatrobuustheid, voor nieuwe groenparken en de heropening van de Woluwe, maar ook ruimte voor duurzame mobiliteit. De Schaarbeeklei wordt opnieuw ingericht ten voordele van voetgangers en fietsers, terwijl logistieke bewegingen worden gebundeld langs een nieuwe as aan de spoorzijde. Niet het programma, maar de bestaande conditie van de plek vormt daarbij het uitgangspunt: maximaal hergebruik vormt de basis voor nieuwe stedelijke potenties.