De uitbreiding van een landelijke woning in Lierde werd opgevat als een herinterpretatie of ‘hergebruik’ van de bestaande typologie. Het L-vormige grondplan omvat een teruggetrokken ‘open hoek’, waarbij twee identieke zadeldakvolumes in elkaar grijpen en gespiegeld zijn ten opzichte van een 45°-as. Het ontwerp voegt zich naadloos in de omgeving, versterkt door een zilverkleurige bekleding die het beeld oproept van een ontdubbelde schuur—een motief dat doet denken aan de Ends of Barns-reeks van Georgia O’Keeffe.
Binnenin opent het monolithische volume zich tot een aaneengeschakelde, open ruimte. Als een kaartenhuis zijn zowel de wanden als het dak uit hetzelfde materiaal opgebouwd. De solide buitenhoek wordt gecompenseerd door de dematerialisatie van de binnenhoek, mogelijk gemaakt door in elkaar grijpende luifels die functioneren als grote liggers. De zichtbare CLT-structuur toont het bouwproces en legt de constructieve logica bloot.
De typologische strategieën van het project zijn op verschillende schaalniveaus af te lezen. Op stedenbouwkundig niveau verwijst de L-vormige uitbreiding naar het begin van een vierkante schuurvorm, typerend voor de regio. De constructieve logica van de bestaande schuur—dragende buitenmuren en een A-frame—wordt herwerkt tot een schaalstructuur, waarmee het traditionele type wordt getransformeerd. Door de overspanningsrichting te wijzigen en gebruik te maken van de dakluifels, kunnen beide zijden transparant worden uitgevoerd. Geïnspireerd door diverse schuren en hun hoekoplossingen wordt de typologie getypeerd, geabstraheerd en geometrisch geïdealiseerd, waardoor het ontwerp evolueert tot een formele en artistieke verkenning. De schuur wordt gedeconstrueerd tot haar essentiële onderdelen en opnieuw samengesteld in functie van de specifieke context en materiaaleigenschappen, wat resulteert in een hedendaagse herinterpretatie van het type.